You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het nieuwe boekje van Christopher Bollas, Catch them before they fall, is interessant om twee tegenstrijdige redenen: het brengt de dreigende psychotische decompensatie, in al zijn dringende zorgbehoefte, onder de aandacht van de analyticus, maar tegelijk misleidt het door de in mijn ogen onrealistische aanpak die Bollas voorstelt; hij schijnt deze zélf toe te passen in dergelijke omstandigheden.
Een ervaren clinicus als Bollas kan op overtuigende wijze de eerste symptomen van een breakdown tijdens een analytisch proces opmerken. Dat verdient respect! Dit boek handelt niet over de analytische praktijk in een klinische setting, waar psychotische decompensatie een bekend fenomeen is waarop de clinicus steeds voorbereid is. De boodschap van Bollas is in dit werkje wel degelijk gericht tot de psychoanalytische practicus met analysanten op de sofa, of ten minste in hoogfrequente psychotherapie. Hij onderscheidt twee types ‹breakdown›: het eerste betreft patiënten die ongewild alarmsignalen uitzenden die meestal slechts achteraf een aanwijzing waren dat er iets aan het mislopen was. Het gaat dan om identiteitszwakke analysanten, vaak geconstrueerd op een vals zelf, die in de overgangsfase van het loslaten van dit beschermende, valse zelf, en in afwachting van een solide waar zelf, de controle over zichzelf verliezen. Bollas beschrijft hoe men een toenemend gevoel van hulpeloosheid, grote twijfel, langdurige stiltes en uitgesproken aarzeling te spreken opmerkt, die ‹anders› aanvoelen dan men tot dan toe gewend was