You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Onze mentale functies kunnen niet bestaan losvan ons lichamelijk beleven. Het lijkt een open deur intrappen, maar dreigen we niet dit af en toe te vergeten? Is de psychoanalyse in de loop van de jaren en in de verschillende theorieën het verband met het subjectief beleefde lichaam kwijtgeraakt? Wordt in de psychoanalytische kuur voldoende aandacht geschonken aan de lichamelijkheid? Heeft dit überhaupt belang? Ik denk het wel. Als je ervan uitgaat dat een psychoanalyse, of een andere vorm van psychotherapie, een gevoelsmatige betekenis heeft, dat het niet enkel gaat over gedachten maar ook — en misschien vooral — gevoelens, kom je automatisch bij de lichamelijkheid. Onze gevoelens zijn zeer sterk lichamelijk bepaald. Als je erg angstig bent, sta je te bibberen op je benen, heb je hartkloppingen enzovoort. Eigenlijk is het zo dat de lichamelijke reacties aan het gevoel voorafgaan (Damasio 1995). Zou je je kunnen voorstellen angstig te zijn maar lichamelijk volstrekt rustig? En als je je ontspannen en relaxed voelt, is dat niet iets watje allereerst lichamelijk ervaart? Een kuur die niet ‹belichaamd› is, zal in mijn ogen waarschijnlijk weinig effectief zijn. Dit staat dan weer in contrast met de relatief geringe aandacht die deze invalshoek lijkt te krijgen in de psychoanalytische literatuur en dialoog.
In het eerste deel van dit artikel zal ik de ideeën van enkele auteurs weergeven die argumenteren dat de psychoanalyse het contact met de lichamelijkheid verloren heeft. In de volgende delen bespreek ik het theoretische model van Armando Ferrari: een neobionaans model dat het lichamelijk ervaren centraal stelt in de genese van de mentale functies en in de klinische praktijk. Ik zal stilstaan bij de klinische implicaties, en tonen hoe Ferrari ons uitnodigt onze praktijk in dit licht te herbekijken.
Volgens Elisha Perrin (2011) is de psychoanalyse de verbinding met het subjectief beleefde lichaam ongewild kwijtgeraakt. Ze ziet dit in de