You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op een koele zaterdag van een beginnende lente bezocht ik de eerste tentoonstelling van het werk van Neo Rauch in BOZAR te Brussel. Via mijn interesse in dromen ben ik Rauch op het spoor gekomen. Deze Oost-Duitse schilder kenmerkt zich door een eigenzinnige stijl waarbij hij vooral verhalen vertelt. Hij is een ster in de wereld van de hedendaagse schilderkunst: als eerste levende Duitse kunstenaar mocht hij al in de jaren negentig van de vorige eeuw in het Metropolitan Museum in New York exposeren. De expositie in Brussel heeft als titel De obsessie van de demiurg, wat verwijst naar het feit dat Rauch in zijn werk een nieuwe wereld bouwt en zich als middelaar presenteert. De veertig grote schilderijen zijn volgepropt met figuren, met neventaferelen en toneelmatig opgebouwde tableaus die allegorisch van aard zijn. Het oeuvre wordt letterlijk in retrospectief getoond: in de eerste zalen komt het meest recente werk aan bod en naarmate de bezoeker verder wandelt, keert hij terug in de geschiedenis van het oeuvre van Rauch om in de zevende zaal bij twee donkere schilderijen te belanden, namelijk Lot en Plazenta, die zijn beginperiode markeren. Rauch is in i960 geboren in Leipzig, volgde van 1981 tot 1986 een opleiding schilderkunst aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig bij professor Arno Rink en werd daar zelf hoogleraar in 2005.
Toen ik voor het eerst door de zalen liep, voelde ik me overvallen door de felle kleuren en de beweging, alsof ik gegrepen werd door de onrust van een manische patiënt: de toeschouwer wordt geconfronteerd met een explosie van beelden. Tijdens het interview op de video die in een zijvleugel van een zaal wordt afgespeeld, krijg ik echter een totaal tegengestelde indruk van de kunstenaar: een bijzonder rustige en ernstige man, met een doffe, diepe en moeilijk te peilen blik. Ik verwonder me over de tegenstelling tussen zijn fysieke voorkomen en de manische kwaliteitvan zijn schilderijen. Op zijn zelfportret uit 2005 brengt hij zichze