You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In Nederland kennen we de mediapersoon-lijkheid Marijke Helwegen, die haar beroemdheid enkel en alleen te danken heeft aan het grote aantal cosmetische ingrepen dat ze heeft ondergaan. Ze wordt dan ook wel de icoon van de plastische chirurgie genoemd. Anders dan de Franse kunstenares Orlan, die met haar werk een commentaar op de kapitalistische identiteitsproductie beoogt, heeft ze ook geen ander doel dan er mooi uitzien. We kennen de patiënten die de kamer binnenstappen met tatoeages op hun gezicht of ledematen. Wat beweegt mensen om zich zo te onderwerpen aan het dictaat van een schoonheidsideaal dat ze de naald of het chirurgische mes verdragen? Wat beweegt de jonge man die zijn huid laat voltatoeëren en laat piereen? Wat beweegt andere jonge mannen om hun tong te laten splijten, hun huid vol littekens te laten zetten? En wat maakt de jonge vrouw zo ongelukkig die volgens zichzelf een te grote neus heeft terwijl haar neus er in andermans ogen gewoon uitziet? Zij beweegt hemel en aarde om die te laten veranderen.
Alessandra Lemma — in Nederland geen onbekende — schreef er een boek over. Ze was als psychologisch consulente betrokken bij een aantal make-over-programme's maar kende ook de tatoeagedrift van de patiënten in de forensische Portman Clinic waaraan ze verbonden was. Het boek is psychoanalytisch doordacht, maar door stijl en toegankelijkheid ook leesbaar voor psychotherapeuten die te maken hebben met bijvoorbeeld Body Dysmorphic Disorder. In essentie leven we allemaal met spanning: ons lichaam is enerzijds een ‹huis› waarin we verblijven, waarmee en van waaruit we de wereld verkennen; maar tegelijk hebben we een lichaam in relatie met anderen, onder de al of niet oordelende blik van de buitenwereld. We zijn subject en object ineen. De blik van de ander maakt ons een sociaal lichaam: mooi en geliefd als die blik en aanraking liefdevol zijn, verworpen en lelijk als die blik doods, ongeïnteresseerd of afwijzend is. Lelijkheid is een intersubjectief symptoom: je