You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De tot de verbeelding sprekende titel van What will you do with my story? doet me denken aan de vragen die in psychotherapie op me afkomen: ‹Wat doet u met die aantekeningen?›, ‹Wat denkt u van mij na alles wat ik hier vertelde?› Patiënten proberen in het hoofd van de therapeut te kijken, en creëren via die omweg hun eigen proces. In het geval van Meakins betrof het een patiente die hiermee haar beperkte basisvertrouwen liet uitschijnen tijdens het eerste gesprek. Meakins schetst hoe ze als pas gestarte psychotherapeute een kans miste om tot een connectie te komen met haar patiënte. Twintig jaar later stelt ze vast dat haar eigen angst bij het beluisteren van het traumatische materiaal haar er te veel toe bracht ‹te denken› in plaats van ‹erbij te zijn›. Haar patiënte bleef weg na het gesprek
Het boekje is gevuld met dergelijke herkenbare situaties. De auteur heeft het vaak over de gretigheid van de therapeut om te ‹doen›, om te benoemen, te bedwingen en te verklaren wat we zelf niet kunnen verdragen. The rapeut zijn is voor haar geen expert zijn, niet iets weten wat de patiënt nog niet weet, maar gaat in essentie over het in contact kunnen blijven met de ervaring van het moeizame en onzekere veranderingsproces. Het gaat over het vertrouwen op de eigen onbewuste processen, gevoelstoestanden, het volgen van de eigen rêverie.
De theoretische zoektocht van een beginnend analyticus — ze neemt die van haar zelf als uitgangspunt — kan erg verwarrend zijn door de confrontatie met de veelheid aan theorieën. Maar vooral het zoeken naar een vruchtbare verhouding tot die theorie — en dus tot het niet-weten — kan een moeizaam proces zijn. Ze beschrijft hoe ze zich een weg baande door aanvankelijk de teksten van Jung, later die van Winnicott, Bion, Ogden, Bollas, … Maar ze steekt niet onder stoelen of banken dat ze vooral schatplichtig is aan Marion Milner. Meakins vermoedt dat de voorkeur van therapeuten voor bepaalde auteurs vooral autobiografisch bepaald wordt, doch ondanks de