You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
José Bleger , heeft zich ontplooid als een originele Latijns-Amerikaanse psychoanalyticus die innoverende concepten heeft geformuleerd door een synthese te bewerkstelligen van de Angelsaksische objectrelationele traditie (geïnspireerd door Klein, Bion en Fairbairn) en de Argentijnse psychoanalytische stromingen (met Pichon Rivière en Racker als leermeesters). Pas nu — veertig jaar na de Spaanse uitgave — verschijnt zijn magnum opus voor het eerst in Engelse vertaling dankzij Leopoldo, zijn zoon die in Parijs praktiseert en actief betrokken is bij de European Psychoanalytical Federation. In het boek, Symbiosis and ambiguity, is ook een artikel opgenomen over het kader, dat in 1967 in het International Journal of Psychoanalysis werd gepubliceerd. Volgens Bleger is het kader de plaats waarin de symbiotische delen van de persoonlijkheid neergelegd worden. Wie hierover meer wil lezen, wil ik verwijzen naar mijn artikel in een andere bijdrage (Hebbrecht 2009).
Bleger waagt zich aan een analyse van klinische verschijnselen die verband houden met de prilste menselijke ontwikkeling. Andere auteurs verwijzen naar soortgelijke constellaties van verschijnselen, via concepten als: de ongeïntegreerde toestand (Winnicott), het psychotische deel van de persoonlijkheid (Bion), de ongedifferentieerde fase (A. Freud, Spitz), de archaïsche objectrelatie (Balint), de primaire differentiatie (Lagache), de autistisch-contigue positie (Ogden), adhesieve identificatie (Bick, Meltzer) enzovoort…
Volgens Bleger gaat aan de paranoïde-schi-zoïde positie een primitiever stadium vooraf, namelijk de glischro-carische positie, die zich al rond de geboorte vestigt. De karakteristieke objectrelatie eigen aan deze positie is de symbiose met een primitieve geagglutineerde kern die viskeus en plakkerig is. In deze fase is er sprake van een catastrofale angst die betrekking heeft op de totale, dodelijke annihilatie. Om zich tegen deze angst te verdedigen worden primitieve afweermechanismen op gang gebracht