You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
En als het ‹eigene› van de mens er nu eens in bestaat door het onmenselijke bewoond te worden? (Lyotard 1988)
Met dit artikel beoog ik — eerder dan een klinische of een metapsychologische — een fenomenologische benadering van het trauma. Mijn uitgangspunt is dat ervan trauma een zekere fascinatie uitgaat, dat trauma en fascinatie iets met elkaar ‹hebben›. Ik denk dat de invalshoek van de fascinatie ons het trauma, als antropologisch verschijnsel, uitgetild boven zijn pathologische gedaanten, helpt verhelderen. Laat ik hier meteen een relativerende noot inlassen: ik wil trauma niet tot fascinatie herleiden, traumatische verschijnselen zijn te complex en gevarieerd om een dergelijke reductie te verdragen. En ook zijn toestanden van fascinatie niet aan trauma voorbehouden en kunnen ze in andere ervaringsmodi, zoals bijvoorbeeld de esthetische aanschouwing (Thys 2013), een rol spelen. Trauma is dus meer dan fascinatie en fascinatie is meer dan trauma. Hier wil ik de idee uitwerken dat fascinatie een significant element in trauma kan zijn. Ik zal aan mijn beschouwingen geen psychotherapeutisch-technische adviezen verbinden, noch het belang van de fascinatie koppelen aan psychopathologie of diagnostiek. Mogelijke koppelingen op deze terreinen kan de lezer zelf uit het betoog afleiden, ze vormen niet mijn focus. Wel meen ik dat een fenomenologisch onderzoek van het verband tussen trauma en fascinatie ten dienste kan staan van het psychoanalytisch werk met getraumatiseerde patiënten voor zover dit onderzoek een begrip van de traumatische ervaring scherper in beeld brengt.
De vraag die ik wil voorleggen, luidt: waarom zijn we zo gefascineerd door trauma, wat is er zo fascinerend aan trauma? Verderop zal blijken dat ik een striktere opvatting over ‹fascinatie› hanteer dan in het algemene taalgebruik gangbaar is. Ik zal het onderscheid maken tussen enerzijds de fascinatie waarin het getraumatiseerde subject zelf gevangen zit, en anderzijds de fascinatie van anderen, de getuigen,