You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Zoals inmiddels bekend mag worden verondersteld is Mentalization Based Treatment (MBT) een effectieve behandelingsvorm gebleken voor persoonlijkheidsproblematiek, en dan met name de borderline-persoonlijkheidsstoornis (BPS) (Bateman & Fonagy 1999, 2001). Deze therapie, met het vaste format van een combinatie van groepstherapie en individuele gesprekken, is een uitwerking door Antony Bateman van de theorie over mentaliseren van Fonagy, Target, Gergely, Allen en anderen (Fonagy e.a. 2002).
De theorie over hoe een coherent zelf wordt opgebouwd, met besef van eigen en andermans binnenwereld, is een dóórontwikkeling van de klassieke psychoanalytische theorie, met nadruk op de ontwikkeling van zelforganisatie en affectregulatie (Fonagy & Target 2003).
In dit artikel zullen wij proberen in kaart te brengen hoe deze theoretische ontwikkelingen de interventies en techniek van psychoanalyses en psychoanalytische therapieën beïnvloeden. De focus ligt op de behandeling van patiënten die niet lijden aan een persoonlijkheidsstoornis in engere zin, maar die wel een hoge lijdensdruk hebben, door vaak complexe problematiek en comorbiditeit, wat leidt tot stress, disfunctioneren en kwetsbaarheid; dit werd vroeger aangeduid met ‹neurotische persoonlijkheidsorganisatie›.
Verschillen tussen de meer klassieke psychoanalytische theorie en de theorie over mentaliseren betreffen vooral de inzichten in de dynamiek van de opbouw van de persoonlijkheid en, daaruit volgend, de focus van de behandeling.
In de klassieke psychoanalytische theorie wordt de ontwikkeling van de persoonlijkheid in grote lijnen gezien als een zich voornamelijk intrapsychisch voltrekkend proces, waarbij de interne dynamiek gevormd wordt door het al dan niet bevredigd worden van aangeboren driften (seksualiteit en agressie). In deze dynamiek ontstaat een persoonlijkheidsstructuur die gelaagd is: bewust, (pre)bewust, onbewust. De — weliswaar onmisbare — ander speelt een minder prominente rol in dit proce