You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In 1957 heeft Melanie Klein een boekje van nauwelijks honderd bladzijden geschreven dat van groot belang is gebleken voor de ontwikkeling van de psychoanalytische theorie en techniek. Meer bepaald heeft zij daarin het belang van vroege afgunst op de psychoanalytische kaart gezet. Afgunst is echter geen ontdekking van de kleiniaanse psychoanalyse, maar een universeel en tijdloos gegeven dat aan de basis ligt van oorlogen die zich zowel in de binnenwereld als in de buitenwereld afspelen. Niet verwonderlijk dat dit psychische fenomeen de aandacht heeft getrokken van theologen van zeer verschillende religies die over de relatie tussen goed en kwaad nadachten of over thema's zoals de rivaliteit tussen hemel en hel, de opstand der engelen … Termen als ‹nijd› en ‹afgunst› dragen zodoende een morele connotatie in zich. Men kan zich dan ook afvragen of via het concept ‹afgunst› een moralistisch discours over de zonde in de psychoanalyse wordt binnengebracht.
De termen ‹nijd› en ‹afgunst› worden niet zo vaak meer gebruikt in onze courante taal; ‹jaloezie› daarentegen komt steeds frequenter voor. Heeft dit te maken met het uitgesproken onlustbeladen karakter van afgunst en de schaamte hierover, waardoor deze term steeds dieper in het onbewuste verbannen wordt?
Ik zal eerst Kleins tekst bespreken, daarna onderzoek ik in welke mate haar visie op afgunst een halve eeuw later nog standhoudt, mede op grond van de lectuur van Roth en Lemma's Envy and Gratitude revisited uit 2008. Tot slot wijs ik op een aantal aspecten van afgunst die volgens mij in de actuele literatuur veronachtzaamd worden.
Envy and Gratitude is drie jaar voor Kleins dood gepubliceerd, het laatste boek dat tijdens haar leven verschenen is. Ze presenteerde eerder al een lezing over dit onderwerp op het IPA-congres te Genève in juni 1955. Deze tekst bezorgde haar kritiek van Amerikaanse egopsychologische psychoanalytici, die niet konden accepteren dat de baby in staat zou zijn de voedende bo