You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De studiedag van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie is gewijd aan het mechanisme ‹projectieve identificatie›. Wie is wie? Wat is waar? En waar is wie? Projectieve identificatie wordt belicht vanuit verschillende disciplines: psychologen vertellen vanuit metapsychologische en klinische opvattingen. Een filosoof stelt het kentheoretische fundament aan de orde. Een filmregisseur en een schrijfster laten in fictie voelen hoe identiteit zich via projectie ontwikkelt.
Michel Thys schetst in zijn lezing Stukken van mensen het ontstaan en de ontwikkeling van het begrip projectieve identificatie vanuit de metapsychologie. Wie groot wordt, kijkt, projecteert, evacueert en communiceert. In stukken verandert de identiteit constant.
Thys beschouwt de ontwikkeling van het begrip ‹projectieve identificatie› langs lijnen die de ontwikkeling van de psychoanalyse in de twintigste eeuw volgen. In mijn bespreking van de lezingen volg ik deze lijnen. Dit verslag is mijn projectie; ik verander de dag in stukken in mijn weerspiegeling.
Het wezenlijke van de mens is het fundamenteel verdeeld zijn. Hoe verloopt nu de dynamiek?
Freud, denkend vanuit het intrapsychische, veronderstelt een vernietigende drift, doodsdrift, onder de libidineuze drift omdat hij herhaling van traumatische dromen niet vanuit het lustprincipe kan verklaren. Pathologie is verdichting van het normale. Wie het afwijkende begrijpt, herkent de structuur van het normale. Melanie Klein beschouwt agressie als te evacueren primaire drift naast de libidineuze. Bion wijst op het communicatieve aspect van de evacuatie. Thomas Ogden ten slotte, verklaart de individualiteit helemaal vanuit het intersubjectieve. Zo ontwikkelt de psychoanalyse zich in de twintigste eeuw van een theorie over het intrapsychische, de driften, via een gedachtegoed over afweer en adaptatie aan de werkelijkheid naar een theorie van het interpsychische, van het zelf, waar spiegeling van het ik aan de ander een formatieve rol innee