You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In nog geen dertig jaar is de attachmenttheorie van een buitenanalytische — want op ethologie en observatie gebaseerde — theorie uitgegroeid tot de basis van moderne psychoanalytische behandelpraktijken, zoals de Mentalisation Based Treatment (MBT). De gehechtheidstheorie heeft ook een enorme invloed op de psychologie, getuige alleen al het aantal hits dat de term ‹attachment› gecombineerd met ‹psychoanalysis› op internet oplevert: anderhalf miljoen.1
Het is ook een theorie die in de loop van de laatste twintig jaar uitgebreid getoetst is door onderzoek. Voor sommigen blijft het een niet-analytische theorie omdat zij niet uitgaat van het primaat van de (onbewuste) fantasie en de seksualiteit.
In dit essay bespreek ik recente ontwikkelingen aan de hand van drie boeken die de redactie de laatste drie jaar ontving, aangevuld met een boek, dat van Obegi en Berant, dat door alle auteurs werd genoemd als richtinggevend. Ik schafte het dus aan en ondervond dat deze bundel een goed overzicht geeft van de toepassingen en valkuilen in de klinische praktijk.
Er is een hausse aan onderzoek, naar gehechtheid bij volwassenen, de stabiliteit van de gehechtheidsstijl gedurende het leven en de betekenis van gehechtheid in de therapeutische relatie. Maar dat roept ook vragen op. Hoe verhoudt gehechtheid zich tot seksualiteit? En hoe zit het met de relatie tussen gehechtheidsstijl en psychopathologie? In plaats van interne conflicten is het nu het relationeel vroegkinderlijk trauma dat etiologisch de hoofdplaats krijgt. Verdiend? Ten slotte: is er iets te zeggen over de functie van de gehechtheidstheorie in de psychoanalyse?
De gehechtheidstheorie is, zoals bekend, het product van een analyticus, John Bowlby, en een psycholoog-onderzoeker, Mary Ainsworth. Ainsworth ontwikkelde een observatiemodel van moeders met hun kinderen, dat later uitgroeide tot een standaardonderzoek: de Strange Situation. Bowlby wordt bekend verondersteld. Hij was in staat een ethologisch onderbouwde theorie te pre