You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De blauwe regen staat in bloei en een voorjaarszon begeleidt mij op mijn wandeling langs de rivier de Po, op weg naar een hotel in Turijn. Langs de oevers liggen mooie parken. Op een bordje staat te lezen dat aan het begin van de vorige eeuw een zweefboot ging tussen Turijn en Triëst, de stad waar dichter Rilke verbleef. Hij had een relatie met Lou Andreas-Salomé. Ik word een beetje dromerig. Op de rivier schuiven roeiers voorbij. In het land waar Lacan ontvangen werd na zijn breuk met de Franse psychoanalytische vereniging en waar hij zijn eerste schaduwconferentie hield (), zal ik een congres over ‹ruptures› bijwonen. Ik denk terug aan de geslaagde Lacan-cursus, die plaatsvond in de weken voorafgaand aan de conferentie. Het lijkt of alles doorgaat. Niks ‹ruptures›, het sluit mooi aan! Toch betekent een congres voor mij ook even weg zijn van de dagelijkse praktijk en genieten van een andere omgeving in gezelschap van gelijkgestemden.