You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op 29 mei promoveerde Ellen Driessen cum laude aan de Vrije Universiteit Amsterdam op haar — ook naar mijn mening — uitmuntende proefschrift Short-term psychotherapy for depression — Broadening the field of efficacy research. Driessen richt zich op twee kortdurende psychotherapieën voor depressie: Cognitieve Gedragstherapie (CGT) en Kortdurende Psychoanalytische Psychotherapie (KPP). In deze bespreking wordt vooral het belang van haar onderzoek voor de wetenschappelijke onderbouwing van de werkzaamheid van kortdurende psychoanalytische psychotherapie belicht.
In een meta-analyse van 23 onderzoeken (in totaal 1.365 patiënten) laat Driessen zien dat patiënten met een depressie aanzienlijk verbeteren na KPP; de ‹pre-post effectsizes› (ES; het verschil tussen vóór en na), gemeten volgens depressiematen als de HDRS (Hamilton Depression Rating Scale) zijn groot (ES: 1,34). Het effect van KPP vergeleken met controlegroepen (wachtlijst of minimale behandeling) is eveneens significant, en ‹medium› tot groot (ES: 0,69-0,80). Hoewel direct na het einde van de behandeling KPP iets achterblijft bij de andere psychotherapieën (w.o. CGT), is er geen verschil in werkzaamheid tussen KPP en andere psychotherapie; na een follow-up na drie maanden en ook na een follow-up na een jaar zijn de effecten nog steeds gelijk. Een aardige subanalyse laat zien dat de effecten van inzichtgevende en steunende KPP-vormen even groot zijn. De meta-analyse zet KPP als empirisch gevalideerde therapie definitief op de kaart.
Driessen rapporteert daarnaast over Nederlands gerandomiseerd onderzoek, waarin Kortdurende Psychoanalytische Steungevende Psychotherapie (KPSP) vergeleken werd met CGT. Het is een omvangrijke ‹randomised controlled trial› met driehonderd patiënten, de vijfde trial in een reeks van KPSP-onderzoeken. Het betrof onderzoek naar depressieve patiënten die in verschillende poliklinieken van ggz-instelling Arkin in Amsterdam werden behandeld. De onderzoekspopulatie vertoonde naast veel ernst