You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Een setting met zijn plaats en frequentie geeft een kader dat het psychoanalytisch begrijpen eerst mogelijk maakt en vervolgens verdiept (Berkouwer 2004, p. 29).
Voor de klassieke psychoanalyse zijn het verwarrende tijden, nu deze vorm van behandeling niet meer vergoed wordt in Nederland en alle psychotherapeutische behandelingen sneller en daarmee op korte termijn voordeliger moeten. De behandelaar gaat noodgedwongen op zoek naar de grenzen van de setting: bij hoeveel keer per week is het nog een psychoanalyse en wat is het belang van de houdingsvariabele? Bij welke hellingshoek verandert zitten in liggen? Welke behandelvormen zijn eigenlijk nog ‹psychoanalytisch› te noemen en waarom? Iedere psychoanalyse is immers ook ‹emotion-focused›, cognitief en oplossingsgericht, en een psychoanalyse via Skype is zelfs een vorm van ‹e-health›. Wat gaat er verloren met de verwatering van de psychoanalytische praktijkvoering? Zijn er nog patiënten voor wie een klassieke psychoanalyse nodig is?
Om met die laatste vraag te beginnen: in Nederland is voor de indicatie van een psychoanalyse een uitgebreid onderzoek gangbaar. Dit indicatieonderzoek kan volgens uiteenlopende principes uitgevoerd worden: protocollair, pragmatisch of principieel (Lenstra 2011). Bij de principiële methode wordt verondersteld dat de psychoanalyse een superieure behandeling is voor vrijwel alle patiënten. Er wordt meestal direct gestart met een (proef)analyse. Er is dan feitelijk geen indicatieonderzoek nodig maar een proeftijd om te onderzoeken of een patiënt geschikt is voor een psychoanalyse. Het is dus de vraag of het wel aan een indicatiestaf van ervaren psychoanalytici is om te beoordelen of een psychoanalyse nodig is.
In hoeverre is de omgeving, of beter de setting, bepalend voor het ontstaan van een psychoanalytisch proces? In dat geval zou een principiële keuze voor een psychoanalyse het meest voor de hand liggen: de behandeling als indicatiemethode en de setting als katalysator voor het psychoanalyt