You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
— about photographs — They are the proof that something was there and no longer is. Like a stain. And the stillness of them is boggling. You can turn away but when you come back, they'll still be there looking at you (Diane Arbus1).
Het gaat over tonen en gezien worden. Zoveel is duidelijk. In onze cultuur heerst het cliché van de oude viespeuk die zich naakt, in de obligate regenjas gehuld, toont aan jonge nietsvermoedende meisjes. In de loop der jaren zag ik een vijftigtal ‹exhibitionisten› in therapie. Het overgrote deel was jong en vertoonde zich aan kinderen, volwassen vrouwen of zelfs mannen. Niemand van hen had de feiten gepleegd in regenjas … Telkens weer wierpen zich dezelfde vragen op. Wat is de functie van het ‹kijken› en ‹het bekeken worden›? Wat is de rol van diegene die toont en die van de toeschouwer en wat is hun relatie? Dient men de analyse met een exhibitionist op een specifieke manier te oriënteren?
Vaak laten de denkers na Freud het na om creatief verder te werken langs de lijnen die hij heeft uitgezet. De sterke nadruk die hij bij het exhibitionisme op het driftmatige en de actief-passiefverhouding van de partiële driften legt, ontbreekt grotendeels in de postfreudiaanse literatuur.2 Een behandeling van deze onderwerpen vind ik wel terug bij Lacan. Zijn notie van ‹de blik› intrigeert me en ik wil de uitwerking van deze theorie van naderbij bekijken om na te gaan of ze ook klinisch relevant is. De manier waarop hij ‹de blik› als een ‹object a›3 conceptualiseert en deze een bepaalde plaats toekent in een verhouding tussen subject en Ander is hierbij van cruciaal belang.
Wanneer Lacan over ‹de exhibitionist› spreekt, heeft hij het níét over een bepaalde klinische structuur of een diagnostische categorie. Het gaat over een persoon die exhibitioneert en dit brengt een verhoudingsaspect aan het licht. Zowel de neuroticus, de psychoticus als de pervert kan exhibitionist zijn. Maar telkens zal het exhibitionisme een andere functie (Vanheule 2012) vervulle