You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Toen mij gevraagd werd verslag uit te brengen van het congres van de Nederlandse Psychoanalytische Groep vervulde dit mij met spanning en opwinding — als bij het weerzien van een oude liefde: zou ik welkom zijn? Mag ik er nog wel zijn als ik zo lang ben weggebleven?
Het goed bezochte congres kende een rijk programma, dicht op de klinische praktijk, met parallel lopende voordrachten. Margaret Hagenbeek droeg voor over termineren: Heb ik in klei gewerkt of in water geschreven? Wanneer en hoe komt er een einde aan de analyse? Is dat een eenzijdig doorwerken door de analysant van het stoppen en de rouw hierover, of is er ook voor de analyticus een proces van afscheid en rouw? En is contact na het afsluiten van de analyse een aanwijzing te vroeg te zijn gestopt of juist een voorbeeld voor de analysant dat de analyticus niet bang is voor contact? Het riep bij mij de vraag op hoe succesvol mijn eigen analyse eigenlijk was, en ook het verlangen om mijn analytica op te zoeken: zou ik daar eigenlijk nog welkom zijn? Veel analytici hebben door hun verblijf in de analytische wereld en de vaak ook nog andere betrekkingen met hun eigen analyticus hun analyse misschien nooit volledig afgesloten. En wat is ‹volledig› in deze? Eva Prinsen vertelt in haar verslag van een kinderanalyse mooi hoe er met veel geduld, verdraagzaamheid en verwondering een verbinding gemaakt kan worden met voor het kind onverdraaglijke affectieve inhoud. De analytica weet deze te incasseren en te verdragen en kan blijven denken, waardoor het kind steeds beter haar eigen regulatie meester wordt.
Ik vraag me af of er bij een kinderanalyse waarin door trauma afgesplitste affectieve inhoud vervangen wordt door een meer dragelijk gevoel van ongeluk, naast de ouderbegeleiding ook nog bijzondere aandacht zou moeten zijn voor de splitsing in de ouderkindrelatie en of er bij het termineren een systemische rite de passage zou kunnen zijn om die splitsing op te helpen heffen. Bij de klinische seminars onder leiding van