You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In de filmwetenschappen, maar ook in de cultuurwetenschappen in het algemeen, hebben Sigmund Freud en Jacques Lacan een stevige erfenis nagelaten, mede dankzij invloedrijke academici als Christian Metz, Raymond Bellour, Kaja Silverman en Slavoj Žižek. Is Carl Gustav Jung, vergeleken met Freud en Lacan, een tamelijk marginale figuur gebleven, omdat zijn inzichten eenvoudigweg minder soortelijk gewicht hebben of mist hij gereputeerde kruiwagens? In zijn studie Visible mind — Movies, modernity and the unconscious probeert Christopher Hauke de rol van pleitbezorger op zich te nemen door de relevantie van Jungs ‹spirituele› gedachtegoed te koppelen aan reflecties op het maken, het beleven en het interpreteren van films.
In vroegere tijden, zo stelt Hauke, vonden mensen een gemeenschappelijke, psychische basis van menselijkheid in ‹levende symbolen›, maar sinds de periode van ‹moderniteit›, is de balans tussen onze binnen- en buitenwereld verstoord doordat we ‹extraordinarily extraverted› zijn geworden. Volgens hem hebben we de neiging om dingen buiten onszelf te plaatsen die feitelijk vanuit ons binnenste komen, in de vorm van ‹projecties›. De laatste eeuw is cinema tot het medium bij uitstek uitgegroeid om symbolen te produceren die het collectieve onbewuste blootleggen. Cinema kon die rol toebedeeld krijgen omdat film een productie is van een uitgebreide groep mensen én vanwege zijn brede publieksbereik. Een film die weerklank vindt bij allerlei lagen van de bevolking, boort archetypische beelden aan die patiënten helpen om hun individuele kwaliteiten te ontdekken. Volgens Hauke is dat het ultieme streven van de jungiaanse analyse.
Hauke volgt een tamelijk doorzichtige retorische strategie, waar op zichzelf weinig tegen is. De enkele keren dat hij Freud parafraseert, worden steevast gevolgd door het argument dat Jung een stap verder zet. Zo gebruikt Hauke in hoofdstuk 2 de vroege filmtheorie van Béla Balázs om Jung voorbij Freud te tillen. Schrijvend ten tijde van de zwi