You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De relatie tussen psychoanalyse en neurowetenschappen wordt op dit ogenblik gekenmerkt door drie trends. Ten eerste is er heel wat epistemologisch onderzoek naar de mogelijkheiden en valkuilen van de dialoog tussen psychoanalyse en neurowetenschappen. Deze literatuur is belangrijk, aangezien ze implicaties heeft zowel voor onderzoek (bijvoorbeeld door te wijzen op het gevaar van reductionisme) als voor de praktijk (bijvoorbeeld omdat ze het belang duidelijk heeft gemaakt van complexe interacties tussen biologische en psychologische factoren).
Ten tweede wenden een aantal auteurs neurowetenschappelijke bevindingen aan om klassieke en vooral freudiaanse psychoanalytische assumpties te onderbouwen. Hoewel niet zonder merites, is deze literatuur terecht sterk bekritiseerd, ook vanuit psychoanalytische hoek (Blass & Carmeli 2007). De strekking ervan is immers vooral: ‹Zie je wel: Freud/de psychoanalyse had gelijk.› Dit levert niet alleen erg weinig nieuws op voor de klinische praktijk, maar leidt ook tot dogmatisme.
Ten slotte heeft de dialoog tussen psychoanalyse en neurowetenschappen geleid tot veel nieuw onderzoek op het raakvlak van beide domeinen. Dit onderzoek heeft onmiskenbaar belangrijke gevolgen voor de klinische praktijk. Dit artikel bespreekt recente evoluties in dit domein op het gebied van functioneel somatische stoornissen (FSS): stoornissen waarbij persistente somatische klachten centraal staan. Het uitgangspunt van deze bijdrage is dat neurowetenschappelijke bevindingen geleid hebben tot aanzienlijke veranderingen in psychoanalytische opvattingen over FSS, waardoor er op dit ogenblik een hernieuwde aandacht is voor deze opvattingen in een domein dat tot nog toe vooral gekenmerkt wordt door medicamenteuze, gedragsmatige en rehabilitatieve benaderingen. Vroegere psychoanalytische opvattingen over het ontstaan van persistente somatische klachten en de behandeling ervan bleken immers te simplistisch. Het conversiemodel, dat ondertussen flink is bijgestuurd (Fo