You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Jaak Panksepp, in 1932 in Estland geboren, is een Amerikaanse neurobioloog en psycholoog, die meer dan driehonderddertig artikelen op zijn naam heeft staan, vooral op het terrein van kleine zoogdieren. Op YouTube staat een aardig filmpje, meer dan een miljoen keer bekeken, waarop hij ratten kietelt. Ze blijken te lachen, weliswaar voor mensen onhoorbaar, maar met gevoelige microfoons op te vangen. Lachende ratten blijken gelukkiger ratten. Hun gezondheid blijkt er wel bij te varen. In 1998 schreef hij een klassiek werk: Affective neuroscience — The foundation of human and animal emotions. Zijn werk is een synthese tussen het koele wetenschappelijke neuroanatomische onderzoeken van het brein, de evolutionaire fundamenten van ons bestaan en filosofische overwegingen over de staat van onszelf en subjectiviteit. Het is een pleidooi voor het subject. Dat is balsem voor de ziel in deze tijden van verregaande objectivering in de geestelijke gezondheidszorg.
Ik vermoed dat veel collega's dit werk op de plank hebben staan, maar weinigen er echt doorheen kwamen. Hoewel het helder, persoonlijk en met humor is geschreven, is het ook een ingewikkelde ontdekkingstocht door de verschillende emotionele breinsystemen, compleet met subcorticale kernen, vezelbanen, projecties en neurotransmitters. Kortom, het vergt een behoorlijke neuroanatomische en neurochemische kennis om het boek te lezen. Dit wordt ondervangen door zijn veel toegankelijkere, derde1 boek: The archeology of the mind (2011), dat hij samen met de psychoanalytica Lucy Biven2 schreef.
Dit boekessay is gebaseerd op deze twee hoofdwerken en een aantal artikelen die van belang zijn geweest voor de psychoanalyse. We hoeven namelijk niet alles te weten over het lachen van ratten, maar Panksepps theorie over depressies is wel van belang. Van groter belang is de vraag of zijn affecttheorie iets kan toevoegen aan de psychoanalyse.
Er zijn over het algemeen drie opvattingen over de relatie tussen psychoanalyse en neurowetenschappe