You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op woensdagavond 2 juli bracht een bijzonder steile trap twee medestudenten en mij naar de spreekkamer van een heel gastvrije psychoanalytica die enthousiast op onze vragen antwoordde. Ze vertelde ons hoe sommige cliënten makkelijker konden spreken door op de bank te liggen omdat ze zo de blik van de psychoanalytica konden vermijden, terwijl het voor anderen net bedreigend was om die blik te moeten missen. Ze had het over analysanten met ernstige klachten die vier, vijf keer in de week bij haar op de sofa kwamen liggen en die geleidelijk aan weer de draad van hun leven konden opnemen, maar dat er ook cliënten waren bij wie het bijzonder moeilijk bleef en die afhaakten. Ze gaf ons tips om te luisteren en raad te geven zonder de rol van psycholoog op je te nemen, wanneer vrienden hun psychische problemen aan je voorleggen, om zo vrienden te kunnen blijven. Ze had het over de tijd dat de psychoanalyse in Nederland vergoed werd (waarop wij, Belgen, jaloers zuchtten) … De tijd vloog voorbij en twee uur later daalden we een stuk wijzer weer de steile trap af, de trap die voorkwam in de droom van heel wat analysanten. Op weg naar ‹huis› zinderde het gesprek nog na en ik bedacht dat het wel knap georganiseerd was dat tachtig deelnemers in groepjes van vier of vijf bij een psychoanalyticus-a op bezoek konden.