You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Time is just memory mixed with desire (Tom Waits).
Het eerste begin van de psychoanalyse werd gevormd door Freuds werk met de herinneringen van hysterische patiënten. Dit bracht meteen de complexiteit en problematisering van de tijd met zich mee. De visie op hoe tijd gestructureerd is, beïnvloedt bijvoorbeeld in sterke mate de benadering van het onbewuste en de causaliteit. In dit artikel zal ik nagaan hoe de begrippen ‹Nachträglichkeit›1 en ‹anticipatie› ons kunnen helpen om zicht te krijgen op hoe tijd subjectief vorm krijgt.
Freud hanteert het idee van ‹Nachträglichkeit› vooral in het begin van zijn oeuvre, binnen zijn traumatheorie over hysterie. Met dit concept duidt hij aan hoe een gebeurtenis of indruk in eerste instantie niet kan worden verwerkt in een betekenisvolle context, maar pas later betekenis krijgt. Het gaat daarbij vooral om gebeurtenissen in een seksuele context die later, vaak in de puberteit, na seksuele rijpwording begrepen worden . Seksuele rijpwording is daarvoor niet voldoende; de eerste scène wordt pas traumatisch op grond van een tweede, latere scène (Bistoen e.a. 2014). Freud zal het in het begin van zijn werk als een typisch mechanisme voor hysterie beschouwen: een herinnering wordt verdrongen en wordt nachträglich een trauma (Freud 1950). De gebeurtenis is dus in eerste instantie niet traumatisch, maar wordt pas nachträglich een traumatiserende herinnering door een nieuwe gebeurtenis (Freud & Breuer 1893-1895; Freud 1898). De tweede scène heeft meestal weinig betekenis, maar zal door associatie de eerdere scène evoqueren (Laplanche & Pontalis 1968). Op deze manier probeert Freud de etiologie van de hysterie te vatten als een traumatische etiologie met twee uitlokkende factoren (Bistoen e.a. 2014). Het concept wordt in verschillende casussen, al dan niet expliciet, gebruikt. Vooral in Studies over hysterie komt het terug als mechanisme om conversiesymptomen te begrijpen (Freud & Breuer 1893-1895). Maar ook bij de casus van