You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De schaduw van Kaïn is een zeer gedegen studie van agressiviteit bij Freud; zijn hele oeuvre wordt met betrekking tot deze thematiek geanalyseerd. Deze studie staat in een Vlaamse traditie van nauwgezette Freudlezing, ook van diens metapsychologische geschriften. Freud had zijn neiging tot speculeren bewust onderdrukt en pas op zijn oudere dag weer de vrije teugel gegeven. Het omstreden begrip ‹doodsdrift› wordt door De Vleminck nauwgezet besproken. (Zie ook De Vleminck 2014.)
Echter, Freud kan De Vleminck niet overtuigen en daarom voegt hij een laatste hoofdstuk toe over een auteur wiens uiteenzettingen over agressie hem meer aanspreken, namelijk Szondi, die in zijn theorie onder andere ook zijn ervaringen in het concentratiekamp Bergen-Belsen heeft verwerkt. De Vleminck schrijft:
‹In dit hoofdstuk willen we aantonen dat de Oedipus-mythe ontoereikend is om één van de meest problematische aspecten van de menselijke existentie te doorgronden, met name de agressiviteit. Freud reduceert de menselijke agressiviteit eenzijdig tot seksuele agressie en begrijpt haar exclusief aan de hand van de lotgevallen van het sadisme en/of de doodsdrift. In dit [laatste; HS] hoofdstuk argumenteren we dat een meer genuanceerd psychoanalytisch begrip van menselijke agressiviteit mogelijk is› (p. 190).
Szondi legt meteen zijn kaarten op tafel: ‹Kaïn regeert de wereld. Zij die daaraan twijfelen, raden wij aan om de wereldgeschiedenis te lezen› (p. 197). Kaïn en Abel huizen in ieder individu. Szondi komt tot acht essentiële wortels of radicalen van het menselijke Schicksal. ‹Het conflict dat de aanvalsneuroticus in het Kaïn-complex onbewust bezighoudt, is dat van de tegenstelling tussen de liefde voor de Vader en de agressie tegenover zijn, door de Vader wél erkende, broer› (p. 203). ‹Szondi's introductie van de paroxysmale drift in de context van de mythe van Kaïn en Abel kan zonder twijfel een nieuw perspectief bieden op het psychoanalytische vraagstuk van de menselijke agressiviteit› (p. 2