You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Steinar Lorentzen is als psychiater, psychoanalyticus en groepsanalyticus verbonden aan de universiteit van Oslo. De ambitieuze titel van zijn boek, Group analytic psychotherapy — Working with affective, anxiety and personality disorders, zou het vermoeden kunnen wekken dat het om een breed opgezet handboek gaat, maar deze verwachting wordt meteen getemperd door de beknoptheid van het werk, amper zesennegentig pagina's. In de inleiding wordt dan ook onmiddellijk duidelijk gemaakt dat we hier twee handleidingen krijgen die werden geschreven voor een specifiek onderzoeksproject rond kortdurende en langdurende groepsanalytische psychotherapie. Dit onderzoek werd in 2004 ontwikkeld door de universiteit van Oslo in samenwerking met de Noorse overheid, en is de daaropvolgende jaren geïmplementeerd met als doel de groepspsychotherapie een plaats te geven in een evidence-based kader. Lorentzen stelt te willen komen tot een synthese van het werk van Foulkes rond groepsanalyse en actuele ontwikkelingen binnen het veld van de groepspsychotherapie, maar laat na om deze ontwikkelingen en de verkregen synthese verder te preciseren. Interessant is dat hij zijn handleidingen niet enkel ziet als handig voor beginnende en meer ervaren therapeuten, maar ook als een manier om patiënten en eventuele kandidaat-deelnemers aan groepstherapie te informeren. Er zijn voldoende aanwijzingen om te stellen dat goed geïnformeerde deelnemers in de therapie, vooral indien de verwachtingen van patiënt en therapeut overeenstemmen, in belangrijke mate de therapeutische alliantie versterken en zo ook zorgen voor betere resultaten. De eerste twee delen van het boek voorzien de lezer van een handleiding voor langdurende respectievelijk kortdurende groepsanalytische psychotherapie, met een behoorlijk grote overlap tussen beide. Op een drafje worden de definitie en doelstellingen van groepspsychotherapie doorlopen, gevolgd door de stilaan bekende gemeenschappelijke en specifieke groepsfactoren, en de versc