You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Internet en cyberspace werden de voorbije decennia al onder de psychoanalytische loep genomen door pioniers als Sherry Turkle en Slavoj Žižek, die de digitale wereld als een speeltuin voor onze postmoderne, vlottende identiteit beschouwen. De eerste ziet haar als een evocatief object dat ons helpt om ons meer bewust te worden van wat ons mens-zijn betekent. Žižek attendeert ons bovendien op de virtuele aard van onze alledaagse werkelijkheid. Deze wordt immers gefilterd door objectrelaties en verkleurd door de onzichtbare bril van de overdracht, en draagt steeds de stempel van projectieve of introjectieve processen. Ook fungeert internet als een voortdurend online beschikbare en voedende schermmoeder, die een transitionele ruimte opent van binnen én buiten, gevonden én uitgevonden. Recent wijdde ik hieraan nog uitgebreide beschouwingen (2013, p. 65-89). Het boek Psychoanalysis in the technoculture era in de reeks Beyond the couch vertrekt vanuit een uitdrukkelijker klinisch perspectief. Hoe werken we psychoanalytisch met nieuwe technologie in de praktijk? Na een voorwoord door Peter Fonagy en een inleiding door de redacteurs volgen zeven hoofdstukken van diverse contribuanten met sterk uiteenlopende standpunten, doorspekt met verhelderend casusmateriaal. Het gaat dan over de invloed van nieuwe technologie op de analytische setting, over cyberpassie en e-rotische overdracht, over klinische controversen bij telefonische of