You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Psychoanalytic complexity nodigt uit om gelezen te worden. De titel alleen al: wie zou de complexiteit van de psychoanalyse durven ontkennen? Wie wil er niet iets te weten komen over klinische basisattitudes? Wie wil geen therapeutisch effect bewerkstelligen bij zijn patiënten? Bij lezing van de, uiteraard lovende, kritieken op de achterflap kon mijn enthousiasme niet meer stuk. Zou dit boek ook mijn klinische praktijk kunnen beïnvloeden, zoals me werd verzekerd door de Amerikaanse collega's, hoewel geen van beiden psychoanalyticus blijkt te zijn …? Ook in het voorwoord wordt weinig aan de verbeelding overgelaten: de auteur bekent dat ‹spelen› met de in het boek weergegeven opwindende en inspirerende ideeën zijn leven heeft veranderd en hem als persoon heeft getransformeerd. Ik beken: zulke ontboezemingen maken me wantrouwig …
De auteur vertrekt van een terechte kritiek op onze psychoanalytische voorvaderen. Deze dachten vaak sciëntistisch en cartesiaans over de psyche na. Freud geldt hierbij als illustratie van een meesterdiscours, waarbij de analyticus, vanuit een — misplaatste — overtuiging van alwetendheid en superioriteit, de analysant helpt zichzelf en zijn onbewuste te ontdekken. Deze basishouding wordt door de auteur tegenover een overtuiging van ‹ingebed zijn› (‹em beddedness›) geplaatst, waarbij de therapeut/analyticus zichzelf ziet als subject dat onvermijdelijk met zijn context is verweven. Deze ‹psychoanalytische complexiteit› bevindt zich aan dit eind van het spectrum van basisattitudes. Een cruciaal element in deze basishouding is dat onzekerheid en onduidelijkheid verdragen worden, en dus niet meteen teniet hoeven te worden gedaan door vanuit een ‹cartesiaanse angst› te kiezen voor, bijvoorbeeld, een simplistische DSM-classificatie. Echter, ook analytische concepten kunnen de status van angstremmer krijgen: de auteur illustreert hoe projectieve identificatie door de analyticus gebruikt kan worden om zijn of haar subjectief reageren op de analysant nie