You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Hoe uiteenlopend de vele betekenissen ook zijn die aan het concept ‹projectieve identificatie› zijn toegekend, het gaat altijd over hoe mensen stukken van het zelf fantasmatisch afsplitsen en in een object projecteren. In excessieve vormen kan het gevolg zijn dat het subject in stukken uiteenvalt, stukgaat, maar het kan ook dat het subject die stukken gemodificeerd reïntrojecteert en integreert. Dat laatste impliceert dat wat we ons ‹zelf› noemen gedeeltelijk ook bestaat uit aspecten van anderen: we zijn allemaal samengesteld uit ‹stukken van mensen›. ‹Stukken› verwijst dus zowel naar een destructieve pool (afsplitsen, evacueren, uiteenvallen) als naar een constructieve pool (samenbrengen, integreren) in de eindeloze strijd om de eigen identiteit. Dat een concept als de projectieve identificatie in de loop van de geschiedenis van de psychoanalyse1 zo veel belangstelling, meningsverschillen en publicaties heeft opgeleverd, moet wel betekenen dat het aan iets wezenlijks raakt. Dat wezenlijke is volgens mij dat de mens fundamenteel verdeeld is. De mens is nooit een definitief geheel dat voorgoed stevig in elkaar zit. Een mens is nooit uit één stuk en valt nooit geheel samen met zichzelf. De mens is ook altijd buiten zichzelf, als een pelgrim op zoek naar zijn ‹ware zelf› in de ander of iets anders; tegelijk huist de ander of het andere binnen in hem. Er blijft altijd een dimensie van vreemdheid in de eigenheid, die altijd ook ‹vreemdgaat›. De integratie is nooit voltooid. Ook het zogenaamd ‹hele› object van de depressieve positie is nooit zonder meer heel. De mens is stukwerk. Voor zover het concept van de projectieve identificatie van deze en aanverwante fenomenen getuigt, kunnen we het een antropologische dimensie toekennen.
Het concept geeft echter ook veel problemen. Ik vind projectieve identificatie een intrigerend en klinisch interessant, maar ook complex en lastig concept. Het spreekt zodanig tot de verbeelding dat deze soms wel op hol lijkt te slaan. In dit arti