You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Er is een land waar de mensen bijna niet spreken. Het is het land van de grote woordfabriek. In dat vreemde land moet je de woorden kopen en heel voorzichtig inslikken om ze dan te kunnen uitspreken. De grote woordfabriek werkt dag en nacht. Uit de machines stromen duizenden en duizenden woorden van één enkele machtige taal. Sommige woorden zijn onbetaalbaar. Die dure woorden worden maar zelden gesproken, en alleen door schatrijke mensen. In het land van de grote woordfabriek kost spreken handenvol geld … (De Lestrade & Docampo 2009, p. 3-10).
Vaak hebben we als therapeut het gevoel dat we ons in dit land van de grote woordfabriek bevinden. Het is een plaats waar we worden geconfronteerd met de hopeloosheid van de armen, die we zien scharrelen in het afval, zoekend naar woorden die hun misschien wat rust bieden.
We ervaren dit vaak bij patiënten met een ernstige traumatische voorgeschiedenis. We worden in de sessies vaak ondergedompeld in een bad van stilte en wanneer er gesproken wordt, resoneert ieder woord in de ruimte. Steeds duikt dan ook dezelfde vraag op: hoe kunnen we deze patiënten leren omgaan met hun problematiek? Iedere therapeut benadert dit op zijn of haar eigen manier en heeft wel een idee van welke richting de therapie uit zou moeten gaan. Een populaire opvatting lijkt ‹het symboliseren van het trauma› te zijn: het onder woorden brengen van wat er is voorgevallen om het zo dragelijker te maken, om het te laten slijten.
Ik wil vertrekken van de stelling dat het niet wenselijk is patiënten te dwingen om over het trauma te spreken, maar dat men een psychoanalytische houding moet bewaren waarbij de patiënt de vrijheid behoudt te beslissen wat hij wel of niet inbrengt. Aan de hand van twee casussen wil ik dit dictaat van ‹het spreken over het trauma› ter discussie stellen. Ik zal verslag doen van twee patienten die doelloos ronddwalen op de vuilnisbelt van de taal, waar ze zich voortdurend blijven snijden aan het schroot. Het zal duidelijk worden dat de taal