You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Als ik aan Freud denk, zie ik de foto voor me waarop hij met serieuze blik aan zijn bureau in de schrijfhouding zit — het bureau, dat dan nog in Wenen staat, met voor hem de rij antieke beelden als toeschouwers. Dit ogenschijnlijk strenge beeld komt niet geheel overeen met de passionele woorden die hij en zijn verloofde Martha gebruikten in hun brieven: ‹Mein teures, heissgeliebtes Mädchen›, ‹Sigi, mein Sigi!›
In het kader van de expositie Freud & Eros — Love, lust and longing — waar een selectie van deze brieven getoond werd — organiseerde het Freud Museum London op Valentijnsdag een dagconferentie met dezelfde titel.
Schrijfster Lisa Appignanesi opent de conferentie en spreekt over de ongebreidelde, ambivalente kracht van liefde, die tot waanzin en misdaad kan leiden. We hebben boeken als Vijftig tinten grijs nodig om diepere verlangens, de fantasieën die we voor onszelf verborgen houden, te kanaliseren. De samenleving, met name de kerk, heeft altijd geprobeerd de kracht van liefde en lust in te perken. Deze taboeïsering richtte zich in het verleden op meerdere terreinen (masturbatie, homoseksualiteit, etc.) terwijl tegenwoordig alle afkeer zich lijkt te richten op het enige nog overgebleven seksuele taboe: pedofilie.
In de klassieke Griekse cultuur, waar hoogleraar Griekse literatuur Miriam Leonard en hoofddocent klassieke literatuur Daniel Orrells over vertellen, golden andere taboes. Seksualiteit was gekoppeld aan sociale status. Atheense burgers die een ‹passieve› rol in een homoseksueel contact vervulden, werden geminacht en bespot. Pederastische relaties waren binnen strikte kaders toegestaan.