You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De Kade is de adolescentenafdeling van het Universitair Psychiatrisch Centrum van de Katholieke Universiteit Leuven (campus Kortenberg). Met regelmaat organiseert men er studienamiddagen onder de naam ‹de donderdagen van De Kade›. Op 12 maart jongstleden was het thema van alweer de negende studiedag Pubermensch — Adolescentie en perfectie. Doorgaans staan deze namiddagen borg voor degelijkheid, originaliteit en schoonheid in een mix van theorie en kliniek. En ook nu was dat zo.
Lut De Rijdt (psychiater-psychoanalytica en hoofd van De Kade) presenteerde de middag en leidde hem in: de studiedag zou over de drang naar perfectie gaan, vooral bij narcistische en obsessieve problematiek. Ze waarschuwde de toehoorders dat de studiedag niet perfect zou zijn. En gelukkig was dat ook niet zo.
Rudy Vandenborre (psycholoog-psychoanalyticus, werkzaam op De Kade) dichtte ‹onaffe bespiegelingen› over het geestelijke leven van de puber, over de wanverhouding tussen leven en ideaal, tussen mogelijkheid en ambitie, tussen pretentie en bekwaamheid, en over de noodzaak van narcisme en ijdelheid. We moeten erop bedacht zijn bij pubers niet te vlug te spreken over een narcistische persoonlijkheidsstoornis, aangezien narcisme een noodzakelijke Ik-(be-) vestiging is: vooral tienerjongeren worden van grootspraak groot. Het is de drifttoename die een eerder evenwicht tussen normaanpassing en ideaalvorming doorkruist en die in de puberteit het vroegere werk opnieuw in gang zet.
Daarbij is de juiste afstand belangrijk. Zie maar hoe het werkt bij het schitterende beeld dat Rudy Vandenborre ontleende aan een kunstwerk dat hij ooit gezien had: aan een witte wand hangt een veertje, een pluim. Aan dezelfde muur, ongeveer veertig centimeter eronder, hangt een brandende olielamp. Door de warme lucht beweegt het veertje. Het kunstwerk toont de tussenruimte die bepaald wordt door de juiste afstand. Als de afstand te groot is, gebeurt er niets. Is de afstand te klein, dan verbrandt het veertje. Zoiets. Het