You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In een interview bij het verschijnen van Compartimenten van vernietiging zegt de auteur, Abram de Swaan: ‹Die massamoor-den vormen een raar gat in het landschap, waarvan je je voorneemt om er met helm en pikhouweel in af te dalen, en het uiteindelijk niet doet.› De Swaan is een psychoanalytisch opgeleide socioloog en emeritus uni-versiteitshoogleraar van de Universiteit van Amsterdam. Op suggestie van zijn promotor Nico Frijda, gespecialiseerd in emotie-research, kwam hij er toch toe zich te bege-ven in dit sinistere deel van onze geschiedenis: ‹uit te zoeken waarom mensen soms met zo'n enorme emotionele inzet anderen, die ze helemaal niet kennen, zo kunnen haten› (Krielaars 2014).
Uitgangspunt van het boek is het verzet van de auteur tegen de opvatting dat ook ‹gewone› mensen in staat zouden zijn op enig moment vrijwillig deel te gaan uitmaken van een groep die uit is op vernietiging van anderen. De Swaan weerlegt de vooroordelen over daders van genocides, zoals de visie van de filosoof Hannah Arendt op de fanatieke Jodenvervolger Adolf Eichmann: slechts een plichtsgetrouw, maar onwetend ambtenaar, toonbeeld van ‹de banaliteit van het kwaad›. Dit beeld onderschrijft de maligne dooddoener ‹dat iedereen onder die omstandigheden hetzelfde gedaan zou hebben›, een opvatting die onlangs nog werd verwoord door de hoofdaanklager bij een van de Neurenbergse processen, Benjamin Ferencz (Funnekotter 2014).