You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
‹Niemand die weet heeft van de psychopathologie van Luther of Gandhi, Newton of Darwin, Beethoven of Schumann, Keats of Kafka, zou beweren dat hun neuroses schadelijk zijn geweest voor hun creaties of dat die hun reputatie hebben aangetast›, schrijft Peter Gay in het voorwoord van zijn biografie Freud — A life for our time . Bij Freud echter werden zijn menselijke tekortkomingen ingezet om te beargumenteren dat zijn creatie, de psychoanalyse, gebrekkig in elkaar stak. Zo luidde het verwijt van Freuds vriend Fliess dat de gedachtelezer in andermans gedachten louter zijn eigen gedachten leest — een kritiek die velen delen. Gay geeft toe dat een discipline die zo openlijk autobiografisch en subjectief is als de psychoanalyse onvermijdelijk de sporen draagt van de geest van haar grondleggers. Echter, de waarde van psychoanalytische stellingnames hangt volgens hem niet af van wat er te ontdekken is aan de psyche van degene van wie ze afkomstig zijn.
In zijn aansprekende en leerzame biografie over Freud als een archeoloog van de geest plaatst Gay Freud en diens werk in verscheidene contexten, zoals die van het psychiatrische gedachtegoed, dat Freud radicaal veranderde, de Oostenrijkse cultuur waarin hij leefde als ongelovige Jood en onconventioneel arts, de Europese samenleving, die tijdens Freuds leven afschuwelijke trauma's van oorlog en totalitaire dictatuur onderging en de Westerse cultuur als geheel, een cultuur die door Freud voorgoed anders naar zichzelf zou gaan kijken. Het boek geeft een inkijkje in Freuds leven, maar interessanter is dat het op een intelligente, integere en heldere manier een samenhang schept in de complexiteit van zowel de mens Freud als zijn theorie en methode, de psychoanalyse.
Wie was deze onlangs overleden Freud-biograaf? Peter Gay werd in 1923 in Berlijn geboren als Peter Joachim Fröhlich, als kind van Joodse ouders. Zijn vader wordt in Gays in memoriam in The New York Times beschreven als een ijverige bourgeois, een man die zich omhoog gewe