You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Zelden las ik een boek dat een thema zo uitvoerig en grondig bespreekt als The twin
in the transference. Vrijwel alles wat met tweelingen te maken heeft, passeert hier de revue: mythen en legenden over tweelingen, hun psychische ontwikkeling, de relatie met ouders en zorgfiguren, neurobiologische bevindingen, het nature-nurture-vraagstuk, het omgaan met het afsterven van een lid van een tweeling door het andere lid, ethische overwegingen in de hulpverlening, enzovoort. Toch is de basisstelling van de auteur vanaf het begin aanwezig: het verlangen naar een tweelingbroer of -zus is een universeel menselijk verlangen naar iemand die je perfect begrijpt en aanvoelt. Bij tweelingen nu is dit niet louter fantasie maar is er een reële relatie tussen de leden van het tweelingpaar. Dit kan, meer dan bij ‹eenlingen›, de psychische ontwikkeling in de groei naar autonomie bemoeilijken. In de psychoanalyse van een lid van een tweeling zal dit de overdracht en tegenoverdracht sterk bepalen. Studie hiervan is, aldus de auteur, verhelderend voor de hulp aan tweelingen maar ook voor die aan niet-tweelingen.
In het eerste deel bespreekt Lewin de ontwikkeling van de imaginaire tweeling en de spontane ontwikkeling van tweelingen met als focus de bijkomende risico's van het tweeling-zijn. De relatie met de moeder kan nooit perfect zijn en het kind compenseert dit met de illusie van een imaginaire tweeling-partner. Bij tweelingen is er de reële mogelijkheid om zich te richten op het andere lid van de tweeling. Zo kunnen zij zich als het ware afsluiten in een cocon en een psychische huid rond hen beiden vormen in plaats van rond elk individu. De reële tweelingfiguur kan al te veel de plaats in gaan nemen van de imaginaire tweelingfiguur en de weg afsnijden naar een meer volwassen ontwikkelingsobject. Zo kunnen tweelingen verstrikt raken in elkaar, waardoor toenadering door de ouder als intrusief ervaren wordt. In een dergelijke verstrengeling wisselen haat en liefde elkaar af door wederz