You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Opboksen tegen het inerte is een intrigerend boek. Het maakt ongerust. Het vervreemdt. Het maakt unheimlich. Dat komt niet alleen door het thema maar ook door de stijl. De lezer wordt in hoog tempo voortgestuwd langs ongemakkelijke teksten van Freud, met kleine uitstapjes naar andere auteurs die niet minder intrigerend zijn, ook al beweren zij het tegendeel van wat Freud zegt (Nietzsche, Merleau-Ponty met zijn ‹corps-sujet› en Bergson met zijn ‹la durée›).
Zo schrijft Moyaert dat de kern van het Ik een dood ding is, dat weerstand biedt aan iedere toegankelijkheid en buiten een dynamische interactie met de Ander blijft. Het onmogelijke, het zwarte, het blokkerende van het leven, zit in het leven zelf, en wij mogen ons gelukkig prijzen met de ellende die wij ontmoeten en die ons afleidt van de echte ellende die in onszelf schuilt. Wij neurotici hebben genoeg mechanismen tot onze beschikking om hiermee niet voortdurend te worden geconfronteerd, maar psychotici weten maar al te goed wat het is telkens opnieuw met de dood in henzelf geconfronteerd te worden wanneer zij niet gezegend zijn met de afleiding die positieve symptomen hun bieden.
Moyaert volgt Freud op de voet in zijn redeneringen aangaande de doodsdrift en voorziet deze exercitie van filosofisch commentaar, maar vaak ook van bespiegelingen uit het gewone leven. Freud discussieert in Aan gene zijde van het lustprincipe met de biologen van zijn tijd, die zeer uiteenlopende opvattingen koesterden over de dood in contrast met het leven. De meesten van hen zagen de dood als iets wat geen deel uitmaakt van het leven. Afgezien van de toevallige dood door een ongeluk is de dood een natuurlijk verschijnsel, dat beantwoordt aan de doelmatige inrichting van het leven in zijn algemeenheid. Door te sterven past het organisme zich aan de gewijzigde levensomstandigheden aan. Het organisme sterft af, omdat het onbruikbaar is geworden. Door de dood maakt het individu plaats voor ander leven dat meer toegerust is op de gewijzigde