You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Hoe kun je na jarenlange praktijkvoering aan je kleinkinderen in korte bewoordingen uitleggen waarover psychoanalyse gaat? Welke boodschap geef je ze mee? Wat is nu de essentie van psychoanalytische therapie? Dat zijn de vragen die Stroeken wil beantwoorden in Tussen weten en niet weten, dat hij aan zijn kleindochter Tara opdraagt, die op het moment van het schrijven anderhalf jaar oud is.
Stroeken beschouwt de mens als fundamenteel verdeeld, vol tegenstellingen. Hij schrijft vanuit de klassieke freudiaanse opvatting en verwijst ook naar zijn eigen therapie bij een lacaniaanse analyticus in Parijs. Volgens hem is de reden waarom iemand in psychoanalyse komt paradoxaal: om zich gelukkiger te voelen, maar ook om te accepteren dat het totale geluk als een voortdurend en stabiel gegeven niet te bereiken valt. Er moet vanzelfsprekend een reden zijn om een psychoanalyse te ondernemen, met name genoeg lijdensdruk om de noodzaak tot verandering te ervaren. In psychoanalyse beoefent men het vrije spreken; er is ruimte om de eigen gedachten en gevoelens te verwoorden. Niet om te kletsen, maar wel om de volle woorden te vinden. Zo construeert men het eigen levensverhaal en worden gaten in de herinnering opgevuld. ‹Het succes van een psychoanalytische behandeling is juist dat iemand zelf het woord neemt en ophoudt te zeggen wat anderen door hem heen willen laten horen […] zich ontdoet van de definities die anderen over hem gaven […]› (p. 87). Zelfbedrog vermindert, feiten worden geïntegreerd, verdoezelde en weggedrukte gegevenheden worden onder ogen gezien. Dit leidt tot een nieuw overzicht met minder vertekening. In de psychoanalytische situatie vindt de patiënt vooral een luisteraar; iemand die zwijgend kan wachten en de patiënt ruimte laat om te zeggen wat hij op het hart heeft, ook zijn