You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het concept « mentaliseren » werd eind jaren negentig beschreven. Vanaf die tijd worden in psychodynamische therapieën op mentaliseren gebaseerde technieken toegepast, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Bij volwassenen werd Mentalization-Based Treatment (MBT) voor patiënten met een borderline-persoonlijkheidsstoornis in detail uitgewerkt en is het effect middels « randomized controlled trials » (RCT's) onderzocht. Het blijkt een werkzame behandelmethode. Tevens worden op mentaliseren gebaseerde therapieën voor steeds meer toepassingsgebieden ontwikkeld.
Onder « MBT » vallen in dit artikel alle op mentaliseren gebaseerde therapieën. Deze therapieën kenmerken zich door dezelfde focus, dezelfde basisattitude van behandelaren en hetzelfde interventiespectrum bij verschillende toepassingsgebieden.
Het tijdelijk verstoord raken van het mentaliserend vermogen van de therapeut is een punt van aandacht bij MBT, maar ook bij andere psychotherapieën en behandelingen in de gezondheidszorg.
Het doel van dit artikel is zo goed als mogelijk een overzicht te geven van het dynamische begrip « mentaliseren » en van op mentaliseren gebaseerde therapieën (MBT) op grond van theorievorming en onderzoek.
De psychoanalytische theorie wordt gekenmerkt door voortdurende ontwikkeling. Verschillende modellen zijn beschreven: het driftmodel, het egopsychologische, het objectrelationele, het zelfpsychologische, het interpersoonlijke, het gehechtheids- en het mentaliseringsmodel. Voor een samenvatting zie De Wolf (2015). In de jaren zestig publiceerde Bowlby ideeën over de aangeboren aanleg van baby's om zich te hechten, uitmondend in de gehechtheidstheorie (Bowlby 1969) — een theorie die gestaafd werd met onderzoek bij baby's, kinderen en volwassenen. Vanuit de ontwikkelingspsychologie, cognitieve psychologie, psychoanalyse en het uitgebreide gehechtheidsonderzoek bij kinderen en volwassenen ontwikkelden Fonagy en zijn medewerkers vervolgens een