You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Edna O'Shaughnessy is een gerenommeerde kleiniaanse psychoanalytica, die na haar studie filosofie in Zuid-Afrika naar Londen emigreerde om zich in het werk van
Wittgenstein te verdiepen. Daar werd echter haar interesse gewekt voor de kinderpsychotherapie. Ze zocht contact met de Tavistock Clinic en kwam zo in contact met psychoanalytici. Vervolgens ging ze in psychoanalyse bij Anderson en Money-Kyrle. Uiteindelijk heeft ze een mooie analytische carrière gehad, waarin ze is opgeklommen tot de hoogste rangen van de British Psychoanalytic Society. Haar supervisoren waren overigens niet de minsten: Bick, Joseph, Segal en Rosenfeld. De invloed van Bions vroege werk is in haar werk onmiskenbaar. Haar filosofische achtergrond komt tot uiting in sommige van haar artikelen, zoals: What is a clinical fact? en Mental connectedness. In dit boek, dat ingeleid wordt door Richard Rusbridger, zijn twintig artikelen gebundeld die in vooraanstaande Engelstalige analytische tijdschriften zijn gepubliceerd (de meeste zijn ook terug te vinden op PEP-Web) alsook vier boekbesprekingen.
De meeste van haar artikelen zijn opgebouwd rond klinisch materiaal, vaak over kinderanalyses die ze zelf heeft gedaan. Mogelijk onder invloed van Rosenfeld, interesseert ze zich voor complexe analytische situaties. Volgens haar leidt de verwondering over klinische impasses tot nieuwe theoretische ontwikkelingen. Haar onderscheid tussen « enclaves » en « excursies » is bijvoorbeeld interessant. Zo kan iemand in analyse blijven om het comfort dat dit biedt, zonder dat er daadwerkelijke verandering tot stand komt. In dat geval is er sprake van een enclave, of een zone van objectrelationele inperking. Bij een excursie gaat het om een volstrekt vermijden van emotioneel contact om een onderliggende psychotische toestand niet te ontdekken; de excursie als niet willen weten. Schitterend is haar artikel over hoe een leugenaar geanalyseerd kan worden, waarin naar voren komt hoe ze zich ergert aan het liegen en de m