You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In vorige bijdragen over het werk van Ferro en zijn geestesgenoten wijs ik op het belang dat hij hecht aan het eigen « waak-droom-denken » tijdens psychoanalyse en psychoanalytische therapie (Hebbrecht 2011). Dankzij een bijzondere ontvankelijkheid en rêverie (of negatieve capaciteit) wordt het mogelijk dat proto-emoties en zintuiglijke indrukken bij de patiënt omgevormd worden in beelden. Volgens Ferro is de analyticus iemand die de « imaginopoëtische capaciteit », of het vermogen beelden te scheppen, bij de patiënt activeert en op die wijze nieuwe verhalen mogelijk maakt. Interpretatie is volgens Ferro niet de hoeksteen van de psychoanalytische techniek; de analytische relatie is veel meer gericht op het gezamenlijk creëren en transformeren van verhalen en het construeren van nieuwe verhalen binnen een analytisch veld, waardoor de pathogene invloed van vroegere schokkende gebeurtenissen verzacht wordt. Ferro begint — in navolging van Bion — elke sessie alsof hij van de patiënt niets weet en hem voor het eerst ontmoet. Een belangrijk technisch concept van Ferro is « being in unison with the patient »: de analyticus dient zich precies af te stemmen, de juiste golflengte en de juiste toon te vinden. Samen met Basile heeft Ferro al in 2009 een eerste werk over het analytische veld uitgegeven waaraan meerdere analytici hebben meegewerkt. Ferro en Basile werken in hun eerste boek de opvattingen van het Argentijnse echtpaar Willy en Madeleine Baranger verder uit en omschrijven het analytische veld als multispatiaal, multidimensionaal, holografisch en van een droomachtige