You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het boek Lacan on madness gaat over theorie en behandeling van ernstige menselijke aandoeningen, zoals psychose en persoon-lijkheidsstoornissen. Alle auteurs die in dit boek bij elkaar zijn gebracht varen onder een lacaniaanse vlag en onder hen bevinden zich grote namen als Richard Boothby, Darian Leader, Russell Grig, Jean Allouch, Paul Verhaeghe en Jean-Claude Maleval, auteurs die hun sporen hebben verdiend met hun commentaren op het gedachtegoed van Lacan. Verhaeghe beweert dat de tijd waarin psychoanalytici neurotische problematiek behandelden voorbij is. Nu zijn het de borderlinepatiënten die zich aandienen bij psychoanalytici en hij stelt voor in dit verband de vrijwel vergeten term van « actuele neurose » weer te gebruiken: nauwelijks overdracht, geen vrije associatie en er worden weinig aanstalten gemaakt moeilijkheden in verband te brengen met de eigen geschiedenis en opvoeding. Hierin valt een parallel met de huidige psychiatrie te bespeuren, die zogenaamd wetenschappelijk te werk gaat en de waanzin zoekt in de hersenen. Hier herkennen we ook de verbinding met het schilderij op de omslag van dit boek, dat de middeleeuwse praktijk van de « keisnijding » uitbeeldt: het uitsnijden van een kei uit het hoofd van een bezetene met de bedoeling de waanzin te verwijderen. Deze kei roept onmiddellijke associaties op met het « object kleine a » uit de theorieën van Lacan, waarmee ook meteen de verbinding is gelegd met de behandeling van de waanzin in een lacaniaans perspectief zoals dat in Lacan on madness uiteen wordt gezet. En hierin herkent men ook het grote contrast met de praktijk van de huidige psychiatrie, die de borderlinepatiënt juist in de kaart speelt door te suggereren of zeker te weten dat waanzin en gedragsproblemen hersenaandoeningen tout court zijn, die met een chirurgisch mes of — moderner — met psychofarmaca, deep brain stimulation en elektroconvulsietherapie genezen zouden kunnen worden. Jean-Claude Maleval haalt de psychologische invalshoek van La