You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In een eerder artikel over intermenselijke erkenning en vriendschap (Meurs & Baeten 2015) hebben we zicht gekregen op de intrapsychische beelden van een kind met een duidelijk ontwikkelingsrisico en ernstige gedragsproblemen. Gebrek aan basisvertrouwen en de voortdurende strijd met de ander stonden hierbij centraal. Op een bepaald moment ontstaat bij dit kind een besef dat samenspel onmogelijk wordt wanneer men met de ander enkel een gevecht op leven en dood, een gevecht om controle en heerschappij levert. In de therapeutische ontmoeting valt deze strijd even stil, waardoor dit kind een glimp van een ander register laat zien: de bevelende toon wordt vragend; de hoop om uit de eenzame strijd bevrijd te worden komt op de voorgrond, met de wens op samenspel en vriendschap. Dit gaat gepaard met de vraag aan de therapeut om de bedreigende beelden te helpen in toom houden (« Doe de heks dan slapen »). Uiteindelijk toont het kind in het symboolspel dat hij een schat bezit, maar ook hoe fragiel en bedreigend zulke prille positieve zelfbeelden zijn. De vernietigingsangst en bestaansonzekerheid die onmiddellijk aan de oppervlakte komen bij de uitdrukking van een positief zelfbeeld, dienen verder therapeutisch benaderd te worden om het ontluikende positieve zelf te versterken. Dit proces vergt dat ook het contactverlangen naar het object versterkt wordt en dat problematische patronen in dat contact door toedoen van de therapie minder vrij spel krijgen.
In de daaropvolgende sessie kan het kind deze angsten meer tot expressie brengen in het symboolspel en een kindertekening. Daarin blijkt hoe bepaalde angsten van het kwetsbare zelf dat zich tot anderen richt eruitzien. Het therapeutisch benaderen van deze angsten biedt het kind mogelijkheden om te ontkomen aan de opsluiting in een wereld van strijd en miskenning; een wereld van wraak en vergelding.