You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Dit artikel is een schriftelijke uitwerking van een lezing op de studiedag « Psychoanalyse, oude dromen, nieuwe wegen », die op 26 september 2015 georganiseerd werd door het Tijdschrift voor Psychoanalyse. Het thema van de studiedag betrof onder meer de verhouding van de psychoanalyse tot de maatschappelijke vraag om haar praktijk empirisch te onderbouwen. In dit artikel bespreek ik vanuit welke perspectieven men wel en niet kan ingaan op deze vraag. Vanuit het negatieve perspectief bespreek ik het risico om in sciëntisme en pseudowetenschap te vervallen; vanuit het positieve perspectief wijs ik erop dat psychoanalyse en wetenschap beide gegrond zijn in een vermogen om vanuit een toestand van niet-weten geboorte te geven aan een nieuw weten. Tijdens mijn betoog verwijs ik illustratief naar het onderzoeksprogramma van de Vakgroep Psychoanalyse van de Universiteit van Gent.
In het thema van de studiedag — « Hoe kan de psychoanalyse zich verhouden tot de vraag naar empirische onderbouwing? » — klinkt een bepaalde dubbelheid door. Als de Ander aan ons, analytici, vraagt om onze praktijk empirisch te onderbouwen, dan kan hij in principe zowel de gestalte aannemen van iemand die ons in onze existentie versterkt, als van iemand die ons erin bedreigt. Wil hij ons met zijn vraag op een nieuwe weg brengen, waar we meer onszelf kunnen worden? Of probeert hij ons enkel op een weg te dwingen waar we sowieso onszelf zullen verliezen? In de psychoanalytische wereld overheerst gewoonlijk het gevoel van bedreiging. Er is slechts een relatief beperkt aantal psychoanalytici, divers in termen van nationaliteit en specifieke psychoanalytische oriëntatie, dat zich in het spoor van empirisch onderzoek begeeft. De beweegredenen om de stap naar onderzoek te zetten lijken daarbij dubbel. Aan de ene kant speelt de tactische overweging dat zonder empirische bewijsvoering de psychoanalyse in de toekomst geen plaats van betekenis meer kan krijgen in onze maatschappij. Aan de andere kant