You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
« Ik heb paniekaanvallen en de huisarts zegt dat ik aan de pillen moet. Ik heb eerder therapie gehad en antidepressiva geslikt, ik wil geen pillen meer. » Sanne is een vrouw van begin twintig. Ze loopt op alle levensgebieden vast (ze heeft gestudeerd, maar doet ongeschoold werk, er zijn problemen in de relatie, ze is veel en vaak ziek, zegt werk en afspraken steeds af). De eerste droom die ze in de analyse vertelt, is dat ze een enorm kwaadaardig kankergezwel aan haar bil had, waarmee ze naar mij ging om het te laten verwijderen. In de droom hebben haar klachten een concrete, uiterlijk waarneembare vorm. Het heeft ons jaren gekost voordat haar psychische klachten (waaronder de vele lichamelijke klachten) een wat duidelijker vorm en betekenis konden krijgen.
De klachten waarmee mensen komen, zijn een uiting van iets waar nog geen woorden voor zijn. De psychoanalyse onderscheidt zich van andere vormen van therapie, doordat het mensen de gelegenheid biedt dit proces aan te gaan: woorden geven aan het pijnlijke, traumatische dat steeds onbewust herhaald moet worden. Zoals Ogden (2005) het formuleert: Sanne was niet in staat haar gevoelens en ervaringen te dromen. En dromen is dan het onbewuste psychologische werk dat iemand doet met de emotionele ervaringen. Wanneer die emotionele ervaringen zo ontregelend zijn dat hij dit « droom-werk » niet kan doen, heeft hij de hulp nodig van iemand anders om voor hem te dromen wat on-droombare ervaringen zijn. Of zoals Bion dit « on-droombare » formuleert: het voelen zonder te weten. Wat nog niet in het bewustzijn heeft kunnen doordringen, wat nog niet gedacht en geweten kan worden, komt terug als chaos: het ondenkbare. En dit is wat we doen in de psychoanalyse: op zoek naar de betekenis van waar eerder nog geen woorden voor waren.