You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Meer dan tien jaar geleden tijdens een van de conferenties van de European Psychoanalytical Federation ontstond een levendige discussie tussen Danielle Quinodoz en Betty Joseph, twee gerenommeerde psychoanalytici die beiden recent overleden zijn. Quinodoz had net haar boek Les mots qui touchent (2002) uitgegeven. Er werd gedebatteerd over de vraag hoe je het best contact maakt met de patiënt. Quinodoz verdedigde de stelling dat heterogene patiënten of mensen die niet in staat zijn om hun gevoel van innerlijke eenheid te handhaven en constant leven met de dreiging van identiteitsverlies, een analyticus nodig hebben die hen emotioneel weet te raken. De analyticus dient tot hen te spreken met een taal die niet alleen gedachten omvat, maar ook hun gevoelens en lijfelijke gewaarwordingen wakker maakt. Alleen woorden die contact maken met de lichamelijke beleving kunnen bij de patiënt in het lichaam geankerde fantasieën wakker maken en opnieuw tot leven brengen.
Om die reden zal de analyticus metaforen, beelden en analogieën gebruiken om de capaciteit tot symboliseren aan te spreken. Of door gebruik te maken van humor soms iets geks te zeggen en daarmee de patiënt te verrassen. Joseph was het met deze techniek volstrekt niet eens. In haar ogen was Quinodoz verleidend; volgens Joseph is haar benadering niet abstinent noch neutraal. In 1975 heeft Joseph een belangrijk artikel geschreven over patiënten met wie moeilijk een affectief contact gemaakt kan worden. Op het moment dat er herkenning ontstaat en dat dit door de analyticus wordt benoemd lijkt het aanvankelijk alsof de patiënt hem volgt, hoewel de woorden hol klinken. De patiënt lijkt mee te werken, zegt iets, maar houdt daarmee een behoeftig en ontvankelijk deel van hemzelf afgeschermd en ontoegankelijk. Dit wekt een gevoel van frustratie bij de analyticus: schijnbaar klikt het en loopt het goed, maar steeds meer krijgt de analyticus het gevoel dat hij samen met de patiënt over iets bijkomstigs spreekt. Ze komen niet i