You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Een aantal vooraanstaande psychiaters heeft gepleit voor een vereenvoudiging van de diagnostische categorieën. Hun voorstel om binnen de diversiteit van psychische aandoeningen een onderscheid te maken tussen de meest ingrijpende psychische stoornissen, waaronder schizofrenie en autisme, en de meest frequente geestesziektes, worden hier speculatief geherinterpreteerd als een onderscheid tussen psychose en neurose. Er is een merkwaardige parallel tussen het sensorimotorische model dat bij psychose een minder functioneren van de dorsale pathway, de prefrontale zones en de efference copies vooropstelt ter verklaring van de positieve symptomen, en het freudiaanse model dat hierbij respectievelijk spreekt over een minder functionerend secundair proces, een minder cohesief Ik en afvoertekens die hun criteriumwaarde verliezen. Op basis hiervan meen ik dat het diagnostisch onderscheid neurose-psychose structureel is.
De Diagnostical and Statistical Manual of Mental Diseases, kortweg de DSM, is het meest gebruikte handboek voor de opsomming van psychische stoornissen en ziektes. Na het oorspronkelijk enthousiasme regent het sinds een tiental jaren kritieken op het handboek.
► SYMPTOOMBESCHRIJVING LEIDT NIET TOT DIAGNOSTISCHE SYSTEMATIEK Een centraal pijnpunt is het feit dat ziektes er beschreven worden op basis van de verschijningsvorm van symptomen. Dat lijkt logisch, omdat het analoog is aan wat in de somatische geneeskunde gebeurt. Toch leidt dit tot fundamentele problemen: enerzijds krijg je veel verschillende beelden die onterecht als onderscheiden ziektes worden beschouwd. Zo is er een grote comorbiditeit tussen angst en depressie, die als verschillende diagnoses genoteerd worden, maar uiteindelijk verwijzen naar eenzelfde probleem. Ook blijkt de opsomming van de DSM kunstmatig: de voorgestelde ziektes vatten geen essenties, en bieden onder andere, geen houvast voor onderzoek. Steven Hyman (2010),