You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op 24 juni 2016 vond in de Rode Hoed in Amsterdam het tweede symposium plaats van de cyclus Curriculum psychodynamiek. Na het succesvolle eerste symposium over dromen, werd deze keer de aandacht gericht op de diagnostiek. Het onderwerp trok veel belangstelling onder verschillende professionals: een overvolle zaal, veel vragen en interessante discussies in de pauze.
Het woord integratie stond die dag centraal: Ten eerste ging het om een integratie tussen de op de voorgrond staande klachten en symptomen en de onderliggende persoonlijkheidsproblematiek. Ten tweede om een integratie tussen een descriptieve en een verklarende manier van diagnostiek van persoonlijkheidspathologie. Ten derde was er sprake van een integratie tussen verschillende diagnostische instrumenten en ook, indirect, werd er een brug gelegd naar een integratie tussen verschillende behandelmethoden. Vanuit het psychodynamische perspectief is er een duidelijke vooruitgang in ons « ggz-land »!
Nu iets specifieker over de lezingen. Frans Schalkwijk richtte zich in zijn lezing Het psychodynamische diagnostisch landschap op de psychodynamische wijze van diagnosticeren. Hij noemde vier aspecten daarvan die onmisbaar zijn:
het ontwikkelingsperspectief (« betrek het verleden erbij om het heden te begrijpen en de toekomst te voorspellen »);
het onbewuste (het « primaire onbewuste » en het « secundaire, dynamisch onbewuste », het impliciete en het expliciete geheugen);
de individuele betekenisgeving (de unieke visie van iemand op de wereld en op zichzelf en de ander);
de gelaagdheid van psychische processen (wat je ziet is niet waar het over gaat; wat weert wat af?).
Daarnaast werd er aandacht besteed aan het beschrijven van verschillende afweermechanismen.
Joost Hutsebaut nam in zijn lezing Psychoanalytische persoonlijkheidsdiagnostiek van McWilliams tot DSM-5 de moeilijke taak op zich om de psychodynamische theorie en de DSM-5-classificatie naast elkaar te leggen en de overeenkomsten en verschillen te onderzoeken.