You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Erik Smadja's Freud en cultuur is een boek dat door zijn brede en ambitieuze titel de verwachting wekt van een verrijkende en onderhoudende leeservaring. Na het boek doorgeworsteld te hebben, vond ik niet dat het aan deze hooggespannen verwachtingen tegemoetkomt. Het betreft een compacte werktekst waarbij nu eens chronologisch dan weer thematisch teksten van Freud bijeen worden gesprokkeld en van commentaar worden voorzien. Door middel van vijf hoofdstukken met tientallen titels en subtitels probeert de auteur enige structuur aan te brengen. Deze is echter niet altijd even ordelijk of doorgrondelijk. Het boek heeft meer iets van uitgeschreven cursusaantekeningen voor ingewijden dan dat het de lezer overtuigt, prikkelt of verleidt. Een eigen vertelstem ontbreekt, al heb ik wel respect voor de encyclopedische verzamelwoede die deze onderzoekthesis schraagt. De auteur is niet alleen vermaard als psychoanalyticus, maar ook als antropoloog. De stukken gewijd aan de dialoog met sociologische en antropologische tijdgenoten en nakomelingen van Freud alsook een minutieus onderzoek van diens concept Kulturarbeit vormen dan ook de pièce de résistance van dit boek. Het tracht een beeld te schetsen van Freuds persoonlijke socioantropologie. Hij extrapoleert deze antropologie grotendeels vanuit zijn ervaringen met droom en neurose uit zijn spreekkamer. Ze is ook geïnspireerd op aan Freud vooraf gaande Britse antropologen. Ten slotte put ze uit de opvattingen van Lamarck en Haeckel. Zij gingen er allebei van uit dat de wordingsgeschiedenis van het individu (ontogenese) de wordingsgeschiedenis van de soort (fylogenese) recapituleert. Deze laatste theorieën zijn inmiddels achterhaald, zodat ook die van Freud onder onophoudelijk vuur komt te staan vanuit recentere social sciences.
In het eerste hoofdstuk wordt de cultuur geschetst waaruit Freud afkomstig is: de Joodse, liberale middenklasse en het medisch-wetenschappelijke milieu, al waren zijn referenties systematisch Grieks-Romeins.