You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In de roman 1984 schetst George Orwell in 1949 een afschrikwekkend toekomstbeeld met een Big Brother die alles in de gaten houdt en controleert. Veel van wat hij voorzag is uitgekomen, maar de welwillende variant van een Big Sister had hij niet voorzien. Toen in 1984 Christien Brinkgreves proefschrift verscheen was ik net afgestudeerd als psycholoog en al wel geïnteresseerd in de psychoanalyse, maar het grote belang van haar werk ging toen volledig aan mij voorbij. Pas nadat ik al analyticus was, heb ik de rijkdom daarvan ontdekt: Brinkgreve, een welwillende buitenstaander, houdt mij en mijn beroepsgroep een spiegel voor. Ik snap goed dat destijds bepaald niet iedereen stond te juichen. Haar beeld van ons is confronterend. De redactie van dit Tijdschrift vroeg mij haar terugblik in dit themanummer over psychoanalyse aan te vullen met latere ontwikkelingen. Dat doe ik met plezier. Ik volg in grote lijnen het betoog van Brinkgreve en daarmee ook haar keuze van de onderwerpen: niet-aflatende strijd, de relatie tot het academische en zelfgenoegzaamheid. Over dat laatstgenoemde zou ik niet uit mezelf zijn begonnen, maar mede omdat het actueel is, zal ik daar wel op ingaan. Bij gebrek aan ruimte laat ik daarentegen haar wat ze schrijft over psychoanalyse en het culturele liggen. Ook richt ik me, Brinkgreve volgend, alleen op de situatie in de psychoanalyse en de « bankverenigingen », en ik laat de psychoanalytische psychotherapie grotendeels buiten beschouwing. Die vormen immers niet het materiaal waarop Brinkgreve zich baseert.
Brinkgreve concludeerde dat de Nederlandse psychoanalyse « een beweging met sektarische trekken » was, die « een geschiedenis kende van conflicten en afsplitsingen, […] met zijn gerichtheid op de zuiverheid van de leer en de strijd wie de waarheid […] in pacht had ». Wat dat betreft heeft zij nog steeds het gelijk aan haar kant, zij het dat zij in 1984 niet kon voorzien wat er nog aan splitsing