You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De geschiedenis van de psychoanalyse in Nederland heeft tot nu toe vooral in sociologisch opzicht belangstelling gewekt. Bekend zijn de studies van Bulhof (1983), Brinkgreve (1984) en Stroeken (1997). De invloedrijke figuren zijn door hen in de schijnwerpers geplaatst, waarbij de aandacht vooral uitging naar de rol die zij speelden in een roerige geschiedenis van bevlogen mensen die elkaar vonden in de psychoanalyse, maar vervolgens uit elkaar werden gedreven door machinaties, tegengestelde belangen en persoonlijke rancunes. Een epos van winnaars maar ook tragische verliezers. Daarbij is wel een beetje buiten beeld geraakt, dat vele van deze hoofdrolspelers ook nog een heel andere zaak aan hun hoofd hadden, en dat was de psychoanalyse zelf, haar theorie en haar praktijk.
Brinkgreve typeerde de bescheiden plaats van de Nederlandse psychoanalyse internationaal gezien als een delta, waarin zich niet meer dan een bezinksel afzet dat meekomt vanuit de grote stromen afkomstig uit andere landen. Maar in de epiloog van haar boek (1984, p. 319) schrijft zij: « Wat wel vermeld dient te worden is de belangstelling die er onder Nederlandse analytici — met name bij Van der Waals en le Coultre — al vroeg bestond voor het narcisme. »
In een terugblik op honderd jaar psychoanalyse in Nederland is het dan ook op zijn plaats om stil te staan bij het denken van Nederlandse analytici over het narcisme, zeker omdat het een eigen signatuur vertoonde.
Van der Waals ontsloot als eerste een ruimte voor een opvatting van narcisme in bredere zin, met name in de zin van een normale positieve zelfwaardering en de veel voorkomende afwijkingen daarvan.
Le Coultre koppelde narcistische problematiek aan Freuds (1940 [1938]) Splitsing van het Ik in het afweerproces, een voor die tijd gedurfde en originele wending waarbij hij klinische bevindingen voorrang gaf op canonieke theoretische opvattingen. Zijn visie op en benadering van het narcisme had bijzondere consequenties voor de psychoanalytische behande