You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Abe Geldhof is op korte tijd al aan zijn derde boek toe. Ditmaal neemt hij een aantal wanverhoudingen tussen mensen onder de loep. Het fameuze dictum van Lacan als zou er geen seksuele verhouding bestaan wordt hier in zekere zin uitgebreid. Bestaan er überhaupt immers andere dan wanverhoudingen, aangezien onze menselijke conditie als spreekwezens alias zieke dieren wordt bepaald door verdeeldheid, hapering en misverstand?
De eerste twee van de vijf delen waaruit dit boek bestaat, gaan over vrouwen: het raadsel dat ze voor Freud betekenden, de « teleclitoridie » (p. 43) van Marie Bonaparte en de escalerende esthetische chirurgie in de schaamstreek van hedendaagse vrouwen, het liefdesleven van Anna Karenina en de moderne eenzaamheid van zowel mannen als vrouwen na de ingrijpende maatschappelijke veranderingen van de postmoderne tijd. Geldhof onderscheidt er vijf: « het verbrokkelende geloof in God, de voortschrijdende creatie van privéruimte, de kapitalistische, de seksuele en de technologische revolutie » (p. 92).
Meteen is de toon gezet voor opnieuw een zeer goed gedocumenteerd en beargumenteerd betoog. De lacaniaanse theorie wordt dan toegepast om het wel en wee van personages uit het publieke domein te becommentariëren. Af en toe bekruipt me wel de gedachte dat het een wat al te sluitend systeem betreft. Het lijkt er dan op alsof klinisch dan wel biografisch materiaal (slechts) wordt geselecteerd voor zover het