You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Psychoanalyse en architectuur zijn beide meervoudig ruimtelijk bepaald. Dat is het uitgangspunt van Cosimo Schinaia, een Italiaanse auteur uit Genua die werkzaam is als psychoanalyticus, en architectuur nauw betrekt bij zijn denken over geestelijke gezondheidszorg. Dat leidt ertoe dat hij in zijn boek gedetailleerd ingaat op het ontwerpen en bouwen van gezondheidscentra, evenals op de inrichting van de ontvangstkamer van de psychoanalyticus. Van de andere kant bekijkt hij de realisaties van de architect zowel vanuit het creatieve vertrekpunt als met de ogen van gebruikers. Maar ook in bredere zin zijn er correspondenties: psychoanalyse heeft als een van haar doelstellingen een innerlijke ruimte te creëren die vrijheid mogelijk maakt en de architect streeft ook naar een samenspel tussen binnen- en buitenruimte waarin mensen zich op «hun plaats» voelen. De auteur wil zoeken naar wegen volgens welke psychoanalyse en architectuur elkaar kunnen ondersteunen in het bevorderen en vergroten van «mental containment» en soepele overgangen tussen wat hij in de titel aangeeft als «inside» en «outsider Hoe kunnen wij goed wonen, in onze geest en, daarmee nauw verbonden, in onze woning? Openstaan voor de noden en vragen van analysanten en bewoners dient voor Schinaia altijd en overal voorop te staan. Dit geldt voor allerlei vormen van psychotherapie en voor velerlei typen gebouwen (administratief, educatief, cultureel enzovoorts). Constructieve creativiteit is de leidraad op beide gebieden, samen werken aan nieuwe ontwerpen. Daarom ook zijn beide disciplines verwant aan artistieke ondernemingen.
In het eerste hoofdstuk beschrijft de auteur zijn eigen situatie waarin de nadruk ligt op de vrijheid die hij als migrant verwierf, met intellectuele souplesse en openheid als resultaat. Vanuit dat vertrekpunt leidde voor hem de uitwisseling tussen verschillende wetenschappelijke en culturele domeinen tot nieuwe originele vondsten. In het vervolg daarop verkent hij in hoofdstuk twee grenze