You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Dit van oorsprong Engelstalige artikel is een uitwerking van een lezing die de auteur heeft gehouden op het jaarcongres van de Nederlandse Vereniging van Psychoanalytische Psychotherapie in 2015. Hierin behandelt hij het thema van het maken van contact in psychotherapie met jongeren en jongvolwassenen met autisme.
De tekst is vertaald naar het Nederlands door Henriette Schoemaker.1
De uitdagingen die gepaard gaan met het leggen van contact met een kind met autisme komen duidelijk naar voren uit het volgende verslag van een eerste beoordelingssessie met een jongen die ik Robert zal noemen (niet zijn echte naam) en zijn ouders. Robert werd doorverwezen op de leeftijd van drie jaar en zeven maanden, nadat een kinderpsychiater al een lichte vorm van autisme had geconstateerd. Hij sprak nauwelijks, behalve zo nu en dan een of twee woorden, en hij liet de herhaalde handelingen en gebaren zien die kenmerkend zijn voor autisme, zoals ronddraaien en fladderen. Een collega en ik ontmoetten hem een paar maanden later voor het eerst.
► Eerste beoordelingssessie
Robert stond op zichzelf in de wachtkamer, in zijn eigen wereldje. Hij reageerde niet toen we hem begroetten. Toen we in de spreekkamer waren, pakte Robert al snel een autootje op en begon hij het rond te rijden langs de randen van de kamer, in een doorgaande, zich herhalende baan; hij was het grootste deel van de tijd op deze manier in beweging, waarbij hij het auto- tje in een ononderbroken beweging langs de randen van de kamer liet rijden, over alle oppervlakten heen: muur, tafel, divan, bureau, muur. Mijn collega zat op de divan, en Robert wrong zich tussen haar en de divan en klom over haar rug om achter haar langs te komen, alsof ze onderdeel was van het meubilair in plaats van een menselijk wezen, om zo het autootje in een constante beweging langs de muur te kunnen laten gaan.
Page 289Ook duwde Robert ruw alles van de rand van de tafel: autootjes, poppetjes, speelgoedmeubeltjes en plastic bakjes. Hij keek